Een paar maanden na het overlijden van Antonio Salieri schreef de Russische schrijver Alexander Poesjkin een kort verhaal over Salieri en Mozart. Hierin zet Poesjkin Salieri weg als een harde werker met hart voor zijn muziek maar die verteerd wordt door jaloezie op het genie Mozart. Tijdens een etentje in een herberg onspint zich een dialoog over muziek, waardering, respect. In 1898 bewerkte Rimsky-Korsakov het verhaal tot een opera. Bijna een eeuw later is het verhaal uitgewerkt in de film en musical Amadeus.
Salieri heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de 19e eeuwse opera. Hij schreef veel opera's in drie talen. Salieri, verbonden aan het Habsburgse hof, belast met de Italiaanse opera's, schreef ook opera's voor operahuizen in Venetië, Rome en Parijs. Salieri werd door velen bezocht als leraar. Schubert, Beethoven en Liszt zijn bij hem in de leer geweest. Dat Salieri en Mozart niet samen door een deur zouden kunnen kan een gevolg zijn geweest van de benoeming van Salieri als leraar aan het hof. Een positie die Mozart ook ambieerde. Bovendien ontstond in die tijd een nationalisme waarop Mozart's vader Leopold in brieven schreef dat er een groep Italiaanse lawaaischoppers er op uit waren Mozart van posities af te houden. Maar of Salieri en Mozart echt niks van elkaar moesten hebben is nog maar zeer de vraag. Toen Salieri in 1788 kapellmeister werd aan het hof bracht hij de opera Figaro weer op de planken in plaats van eigen werk. Bij de kroningsfeesten voor Leopold II bracht Salieri maar liefst drie missen van Mozart mee. Salieri en Mozart hebben zelfs samen een verloren gegane cantate voor zang en piano geschreven.
Hoe beelden de geschiedenis bepalen (of wat we er van willen zien).
Anton Bruckner (1824-1896) heeft zijn leven lang gezocht naar erkenning. Twijfel en kritiek hebben hem achtervolgt.
Alhoewel al jong verslingerd aan muziek lag het voor de hand dat Anton in zijn vaders voetsporen zou treden en dorpsonderwijzer zou worden. Zijn eerste aanstelling als hulpmeester in het gehucht Windhaag werd geen succes. Hij werd er aangezien als rare snuiter en kreeg zo geen voet aan de grond in de dorpsgemeenschap.
Bruckner durfde de stap niet aan om zelfstandig te gaan componeren en accepteerde een baan als organist. Hij leek in de wieg gelegd voor een risicoloos ambtenarenbestaan. Bruckner bleef alsmaar studeren. Zijn jacht op diploma's werd bijna legendarisch. Uiteindelijk waagde Bruckner in 1864 de sprong en begon zich volledig te richten op het componeren. In 1868 vertrok hij naar Wenen om ook docent te worden aan het conservatorium.
Critici en zijn collega componisten konden nogal laatdunkend zijn over zijn werk. Met name Brahms liet zich niet onbetuigd. Dit had alles te maken met de provinciale achtergrond van Bruckner (hij kleedde zich niet bepaald stads) maar vooral met de muzikale richtingenstrijd tussen Brahms en Wagner. Bruckner werd, ten onrechte, gerekend tot het laatste kamp. Bruckner was zeer gevoelig voor alle kritiek en bleef vaak eindeloos schaven aan zijn werk. Zo zijn er van het scherzo van zijn 9e en onvoltooide symphonie meerdere versies.
Aan het eind van zijn leven kreeg Bruckner dan eindelijk de erkenning waar hij zijn hele leven naar had verlangd. Hij kreeg een ere-doctoraat aan de universiteit en een keizerlijke onderscheiding. De keizer zorgde ook voor een aangename oudedagsvoorziening.
Hij was nooit getrouwd maar altijd verliefd. Vooral op tienermeisjes. In 1868 was hij hopeloos verliefd op Josephine Lang. Twintig jaar later viel hij als een blok voor haar dochter.
Hoe dan ook, Bruckner heeft een imposante hoeveelheid muziek nagelaten waaronder dus zijn negende en onvoltooide symphonie. Beethoven valt er in te beluisteren maar Bruckner deed er zijn "eigen ding" mee. De grote Herbert von Karajan wist er wel raad mee.
In 1974 verscheen Zen en de kunst van het motoronderhoud. Robert Pirsig beschreef hierin een reis van een vader en zijn zoon door de VS. Op zoek naar antwoorden op vragen als: Wat is leven en wat is het beste.
Het is ook een moderne versie van de Erlkönig-sage. De vader wordt tijdens de rit naar de stille oceaan achtervolgt door het spook van zijn vroegere zelf. Hij noemt hem Phaedrus, een briljante zoekende persoon die de weg naar krankzinnigheid had ingeslagen, in een inrichting werd opgenomen, stierf door electroshock behandelingen en nu terugkeert om hem opnieuw te halen. Vader ziet ook bij zijn zoon, Chris, de eerste aanzetten tot krankzinnigheid en voelt hem wegglijden in de onvermijdelijke duisternis. Machteloos tegen het naderende onheil.
De Erlkönig-sage (de elfenkoning)is een ballade van Goethe uit 1782. Franz Schubert heeft het in 1815 op muziek gezet en is sindsdien een van zijn bekendste liederen.
Geniet er van!
Wat goed is, Phaedrus, en wat niet goed is Moeten wij iemand vragen ons dat te vertellen?
verteller: Wer reitet so spät durch Nacht und Wind? Wie rijdt er zo laat door nacht en wind? Es ist der Vater mit seinem Kind; Het is de vader met zijn kind Er hat den Knaben wohl in dem Arm, Hij heeft zijn knaapje goed in zijn arm Er faßt ihn sicher, er hält ihn warm. Hij houdt hem vast, hij houdt hem warm
vader: "Mein Sohn, was birgst du so bang dein Gesicht?" Mijn zoon, waarom verberg je zo bang je gezicht?
Kind: "Siehst Vater, du den Erlkönig nicht? Zie, Vader, jij de Elfenkoning niet? Den Erlenkönig mit Kron' und Schweif?" De Elfenkoning met kroon en prachtigheden?
Vader: "Mein Sohn, es ist ein Nebelstreif." Mijn zoon, het is een nevelsliert
Erlkönig: "Du liebes Kind, komm, geh mit mir! Jij lief kind, kom mee met mij Gar schöne Spiele spiel' ich mit dir; Heel leuke spelletjes speel ik met jou Manch' bunte Blumen sind an dem Strand, Veel mooie bloemen zijn bij het strand "Meine Mutter hat manch' gülden Gewand." Mijn moeder heeft veel gouden gewaden
Kind: "Mein Vater, mein Vater, und hörest du nicht, Mijn vader, mijn vader, hoor je niet Was Erlenkönig mir leise verspricht?" Wat de Elfenkoning me zachtjes belooft?
Vader: "Sei ruhig, bleibe ruhig, mein Kind; Wees rustig, blijf rustig mijn kind In dürren Blättern säuselt der Wind." In dorre blaadjes fluistert de wind
Erlkönig: "Willst, feiner Knabe, du mit mir gehn? Wil, fijn knaapje, je met me gaan? Meine Töchter sollen dich warten schon; Mijn dochters zullen al op je wachten Meine Töchter führen den nächtlichen Reihn, Mijn dochters leiden de nachtelijke dans Und wiegen und tanzen und singen dich ein." En wiegen en dansen en zingen je in
Kind: "Mein Vater, mein Vater, und siehst du nicht dort Mijn vader, mijn vader, en zie je niet daar Erlkönigs Töchter am düstern Ort?" Elfenkonings dochters in de duistere plaats?
Vader: "Mein Sohn, mein Sohn, ich seh's genau: Mijn zoon, mijn zoon, ik zie het goed: Es scheinen die alten Weiden so grau." Het schijnen de oude wilgen zo grijs.
Erlkönig: "Ich liebe dich, mich reizt deine schöne Gestalt: Ik hou van je, mij bekoort je mooie gestalte Und bist du nicht willig, so brauch' ich Gewalt." En ga je niet uit jezelf dan heb ik geweld nodig
Kind: "Mein Vater, mein Vater, jetzt faßt er mich an! Mijn vader, mijn vader, nu valt hij me aan! Erlkönig hat mir ein Leids getan!" Elfenkoning heeft me pijn gedaan!
verteller: Dem Vater grauset's, er reitet geschwind, De vader lopen de rillingen over de rug, hij rijdt in hoog tempo Er hält in den Armen das ächzende Kind, Hij houdt in zijn armen het kreunende kind, Erreicht den Hof mit Müh' und Not; Bereikt de boerderij met moeheid en nood In seinen Armen das Kind war tot. In zijn armen het kind was dood.
Ik zal een jaar of twintig zijn geweest toen ik een elpee kocht met de Pini di Roma van Respighi. Ontelbare malen heb ik het inmiddels beluisterd.
Ottorino Respighi was een Italiaanse componist die de Pini di Roma schreef in 1923 als onderdeel van zijn Romeinse trilogie, Fontana di Roma, Pini di Roma en Feste di Roma.
In het eerste deel loopt Respighi als het ware onder de pijnbomen bij villa Borhese. De zon schijnt op een aangename lentedag. Hij gaat op een bankje zitten, doet zijn ogen dicht en luistert naar alle geluiden om zich heen: een klein briesje, vogels, stadsgeluiden, soldaten die voorbij marcheren en vooral spelende, zingende en elkaar achterna zittende kinderen.
In het tweede deel, Pini presso una catacomba, ben je onder de pijnbomen bij een catacombe. De sombere bijna onaardse sfeer is voelbaar.
In het derde deel, I pini dei gianicolo, loop je bij nacht onder de pijnbomen bij een tempel voor de Romeinse god Janus op een van de Romeinse heuvels. Respighi gebruikte hier een bandopname om het zingen van een nachtegaal te verwerken.
Bij het vierde deel, I pini della Via Appia, hoor je de Romeinse legioenen in de vroege ochtendmist langs de pijnbomen van de Via Appia de stad uit marcheren. Respighi wilde de grond laten trillen.
Sara Maitland heeft een prachtig boek, Stilte als antwoord (A book of silence), geschreven. Maitland is op zoek naar de kern van stilte en vergelijkt daarbij haar eigen ervaringen met die van anderen. Van vroeg-Christelijke woestijnkluizenaars tot solozeilers. Van Bergbeklimmers tot middeleeuwse monnikken en nonnen. De een vindt in de stilte niets en daarmee alles en voor de ander levert de stilte juist een beeld op van zichzelf of van creatieve aspiraties. De diepste ervaringen met stilte blijken onzegbaar. Woorden raken de intense beleving niet en daarmee rest alleen nog het zwijgen, stilte.
Hildegard von Bingen, een mystica die leefde van 1098 tot 1178, heeft haar ervaringen in muziek tot uitdrukking gebracht om zodoende het Goddelijke aanraakbaar te maken. Het heeft prachtige, diepe muziek opgeleverd die duizend jaar later nog steeds een kiertje. Stilte en muziek vallen dan samen.
Toen Bernstein het eerste pianoconcert van Brahms dirigeerde met Glenn Gould als solist onstonden daar toch "wat problemen". De interpretatie die Gould wilde geven aan de compositie was volstrekt niet in overeenstemming met de interpretatie die Bernstein er als dirigent aan wilde geven. En wie is er dan de baas? Uiteindelijk heeft Bernstein ingestemd met de interpretatie van Gould. Gould ging wel akkoord dat Bernstein voorafgaand aan het concert een verklaring gaf aan het publiek. Het is mooi hoe Bernstein spreekt over de genius Gould, het avontuur en de rolverdeling tussen dirigent en solist.
Het eerste fragment geeft de toespraak van Bernstein. Het tweede fragment betreft een eerste deel van het concert. Na afloop onderaan doorklikken op tweede vervolgfragment.
Afgelopen woensdag liep ik door het metrostation Knightsbridge in Londen. Ik zag een straatmuzikant die met een kleine, Ierse fluit klaar stond om te gaan spelen. Ik was benieuwd wat er zou komen. Toen ik hem passeerde begon hij een melodie die zo bekend is en ook zo oud.
De oudste schriftelijke registratie van Gleensleeves dateert uit 1580. Later komt de ballade meerdere keren voor in schriftelijke bronnen. Het verhaal wil dat koning Henry VIII het lied schreef voor zijn toenmalige liefde Anne Boleyn. Anne Boleyn wees Henry VIII ondanks zijn pogingen haar te verleiden, af. In de tekst zou dat terug te vinden zijn als de liefde van de schrijver "cast me off discourteously". De compositie heeft echter meer een Italiaans karakter dat pas na Henry VIII in Engeland zijn intrede deed.
Het is mogelijk dat het lied gaat over een overspelige lady Greene Sleeves. In die tijd had de kleur groen sexuele connotaties. Een verwijzing naar de groene vlekken op de kleding van een dame als ze buiten de liefde had bedreven. Een andere interpretatie is dat groen juist de kleur van lichtheid in liefde betekende. Dit zou terug te zien zijn in de regel 'Greensleeves is my delight'.
Hoe dan ook, ruim 500 jaar later, in een compleet andere maatschappij, klinkt Greensleeves nog steeds bij iedereen bekend in de oren....als de metropassagiers tenminste hun iphones en mp3~spelers uit zouden zetten.
Vanaf 8 september 1941 tot 18 januari 1943 belegerden en blokkeerden de Duitsers Leningrad (Sint Petersburg). Er kon slechts mondjesmaat voedsel worden aangevoerd via de lucht en tijdens de winter over het bevroren Ladoga meer. Alhoewel er in het begin nog ruime voedselvoorraden waren was de hongersnood tijdens de koude winter van1941/1942 onvermijdelijk. Alles wat maar eetbaar was en niet eetbaar was werd gezochten en gegeten. Tienduizenden vonden de hongersdood en nog eens tienduizenden zo niet honderduizenden vonden de dood als gevolg van de strenge kou, barre omstandigheden en lege magen. Maar Leningrad hield stand en werd in de oorlog het symbool van onverzettelijkheid, moed en opofferingsgezindheid. Op de foto bij dit bericht een uitgehongerde man met zijn dagelijks rantsoen.
Shostakovich schreef aan zijn 7e symphonie tijdens het beleg van Leningrad in 1941. Hij was daar ingedeeld bij de brandweer. Al snel werd de 7e Symphonie gezien als een aanklacht tegen Hitler en het naziregime. Omdat nu wel duidelijk is dat hij al eerder aan het werk begon, wordt algemeen aangenomen dat het werk ook een aanklacht is tegen Stalin.
Ondanks zijn moeilijke en gecompliceerde relatie met het communistische regime, was Shostakovich een waar Russisch patriot. Toen de Duitsers in 1941 Rusland binnen vielen, meldde hij zich voor militaire dienst. Om gezondheidsredenen werd Shostakovich afgewezen. Hij schreef zich toen in bij de brandweer van Leningrad. Een beroemde afbeelding van Shostakovich met brandweer uniform stond op het omslag van Time magazine
Shostakovich was een jaar eerder begonnen met de compositie van zijn 7e symphonie (Het kwam Stalin beter uit dat Shostakovich tijdens het beleg begon aan het werk maar dat is dus niet het geval geweest) maar redigeerde en completeerde de eerste twee delen tijdens het beleg van Lenigrad. Het derde deel maakte hij af toen hij Leningrad wist te ontvluchten naar Moskou. Uiteindelijk was de symphonie klaar toen hij weer verder was gevlucht naar Samara. Shostakovich droeg het werk op aan de stad Leningrad die toen nog steeds werd belegerd.
Na zeven uitvoeringen in Rusland werd de symphonie op microfilm gezet en door geheim agenten naar Teheran gevlogen. Daar namen Britse spionnen het werk over en vond de symphonie zijn weg naar Londen en New York. In juli 1942 dirigeerde Arturo Toscanini de Amerikaanse premiëre. Dit werd landelijk live uitgezonden. De symphonie was een enorm succes en werd gezien als een symbool van Russische standvastigheid tegen de Duitse aanvallen.
In augustus 1942 lukte het om de bladmuziek Leningrad in te krijgen. De muziek werd, ondanks een groot gebrek aan papier en inkt, met de hand over geschreven voor de diverse partijen. Op 9 augustus werd het uitgevoerd door het enige nog operationele orkest van de stad. De muzikanten kregen een extra rantsoen om te kunnen spelen en orkestleden die aan het front vochten werden door andere muzikanten vervangen. Het concert werd met behulp van grote luidsprekers uitgezonden over de hele stad. Om het ongebrokene van Lenigrad te tonen stonden er ook luidsprekers opgesteld richting de Duitse belegeraars die van tevoren met zwaar artillerievuur waren bestookt opdat ze stil zouden zijn tijdens het concert.
De symphonie is vooral bekend door het eerste deel dat een repeterende melodie heeft dat steeds verder aanzwelt. De vijandige troepen naderen, het gevaar dreigt.
Bernstein dirigeert. Klik telkens na het fragment op het onderste volgende fragment. De hele symphony is te belauisteren in tien fragmenten.
Hector Berlioz werd in 1803 geboren als zoon van een plattelandsdokter. Hij was 12 jaar toen hij voor het eerst geraakt werd door de muziek toen hij bij zijn eerste communie het meisjeskoor hoorde zingen. Belangrijker misschien wel was dat Hector dat jaar zijn jongenshart verloor aan Estelle Duboeuf.
Het was de bedoeling dat de jonge Hector in de voetsporen van zijn vader zou treden en werd naar Parijs gestuurd om geneeskunde te studeren. Zijn voorkeur ging echter uit naar een muzikale studie en hij schreef zich in op het conservatorium.
Berlioz werd hopeloos verliefd op de Ierse toneelspeelster en Shakespeare-vertolkster Harriet Smithson. Zijn ongelukkige passie voor haar inspireerde hem in 1830 tot het schrijven van zijn Symphonie fantastique.
In 1830 vertrok hij voor een jaar naar Rome waarna hij met twee pistolen en een flesje gif terug wilde keren naar Parijs omdat zijn nieuwe liefde en verloofde Camille Moke stiekum met een ander was getrouwd. Hij was van plan Camille, haar moeder en daarna zichzelf om het leven te brengen. Berlioz kwam niet verder dan Nice waar zijn woede bekoelde. De twintig dagen die hij daar doorbracht waren naar zijn eigen zeggen "de mooiste van zijn leven."
Na veel avontuurlijke verwikkelingen keerde hij terug bij Harriët Smithson en huwde in 1833 met haar. Samen kregen ze een zoon, Louis. Het liefdespad is soms onbegaanbaar en ook dit huwelijk liep snel uit op een mislukking. Harriët moest vanwege een beenbreuk haar toneelcarriëre opgeven en was erg jaloers van aard. In haar frustratie greep zij steeds vaker naar de fles. Haar gezondheid ging zienderogen achteruit. Uiteindelijk stierf Harriët in 1854
Berlioz trouwde dat jaar nog met de zangeres Marie Recio met wie hij al langer een relatie had. Het huwelijsgeluk was weer niet weggelegd voor Berlioz. Marie stierf acht jaar later in 1862.
Berlioz was diep geraakt door het gebrek aan waardering voor zijn werk. hij schreef niet meer en leidde een teruggetrokken bestaan. Na vele jaren werd tot groot geluk van Berlioz, het contact hersteld met zijn jeugdliefde Estelle. Ook met zijn zoon had hij een gelukkige band. Toen deze in 1867 op Cuba overleed was Berlioz gebroken. UIteindelijk stierf hij in bijzijn van enkele vrienden.
Poollicht is de weerkaatsing van harnassen van de Walkuren. Deze maagden met mooie harnassen, helmen en speren stroopten op hellehonden of paarden met vleugels de slagvelden af op zoek naar overleden dappere strijders en ze mee te nemen naar het Walhalla. Wodan, hun vader of meester gaf ze daar een riant en lustig leventje totdat de eindstrijd was aangebroken en hij de dappersten in wilde zetten om de overwinning te behalen. Een vergeefse poging.
Richard Wagner gebruikte deze mythen in een opera, Die Wahlküre, in de cyclus Der Ring des Nibelungen. In het derde bedrijf van de opera zijn de Walkuren bezig op het slagveld als een van hen, Brunhilde op het slagveld verschijnt met Sieglinde. Brunhilde heeft van Wodan de opdracht gekregen Sieglinde en haar geliefde en broer Siegfried te doden. Bij het zien van zo veel liefde kiest Brunhilde voor het paar en vraagt nu de andere Walkuren om steun tegen hun vader.
Het thema in het fragment is een beroemde melodie die veel gebruikt is, onder andere in films. Bijvoorbeeld in Apocalypse Now, een film over de Vietnam oorlog. In de betreffende scene wordt een helicopter aanval uitgevoerd: Kilgore: "We'll come in low out of the rising sun and about a mile out we'll put on the music." Lance: "Music?" Kilgore: Yah. I use Wagner. It scares the hell out of the Slopes."
Hierna wordt Wagner afgespeeld met behulp van een bandrecorder en hoornluidsprekers die aan de onderkant van de helikopter bevestigd zijn.
Laatst is er een film uitgebracht over een verzetspoging om Hitler te vermoorden, operatie Walküre: The rise of the Valkyries.